
AI-gegenereerd
Königsberger Klopse — gekookte gehaktballetjes in blanke kappertjessaus
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/hoofdgerechten/konigsberger-klopse-gekookte-gehaktballetjes-in-blanke-kappertjessaus
Over dit recept
Königsberger Klopse zijn malse gekookte gehaktballetjes in een blanke saus met kappertjes en citroen. Geweekt brood en kort mengen houden ze zacht, en fijngehakte ansjovis geeft een uitgesproken smaak. De balletjes worden niet aangebakken: na het vormen garen ze zachtjes in bouillon, zonder hard koken waardoor ze uiteen kunnen vallen. Een deel van het kookvocht gaat daarna in de saus op basis van een lichte roux. Verwarm boter en bloem alleen tot ze schuimen om de romige kleur te behouden, en voeg kappertjes en citroensap tegen het einde toe. Room verzacht het zuur zonder dat je de saus met eidooier hoeft te binden. Het recept geeft zestien balletjes, vier met saus per persoon.
Ingrediënten
Gehaktballetjes en kappertjessaus
300 g rauw rundergehakt met ongeveer 10% vet
300 g rauw varkensgehakt met ongeveer 20% vet
60 g gewoon wit tarwebroodje van de vorige dag, gewicht zonder korst
80 ml koemelk met 3,2% vet; gaat volledig met het broodje door het gehaktmengsel
50 g rauw heel kippenei zonder schaal, ongeveer 1 ei maat M
80 g rauwe gele ui, gepeld gewicht
12 g kant-en-klare ansjovisfilets geconserveerd in olie, uitgelekt gewicht
10 g gladde middelsterke mosterd
1200 ml kant-en-klare vloeibare heldere ongezouten runderbouillon; na het koken 600 ml kookvocht voor de saus, de rest wordt weggegoten
30 g ongezouten boter met 82% vet
30 g droge witte tarwebloem, type 450 of 500
120 ml vloeibare ongezoete room van koemelk met 30% vet
50 g kleine kappertjes in azijnpekel, uitgelekt gewicht; zonder pekel
20 ml versgeperst citroensap, zonder pitten of schil
5 g witte suiker
4 g fijn zout; 3 g voor de balletjes en 1 g voor de saus
1 g gemalen zwarte peper; de helft voor de balletjes en de helft voor de saus
100 ml water om de handen te bevochtigen bij het vormen; water dat in het kommetje achterblijft wordt weggegoten
Bereiding
Scheur het broodje zonder korst in kleine stukjes, giet de melk erover en laat ongeveer 10 minuten staan. Roer halverwege om. Hak ondertussen de ui en uitgelekte ansjovis heel fijn. Prak het zachte broodje met een vork en alle melk tot een gelijkmatig mengsel, zonder uit te knijpen.
Meng beide soorten gehakt met het geweekte broodje, ei, ui, ansjovis, mosterd, 3 g zout en de helft van de peper. Meng kort met de hand, alleen tot alles gelijkmatig samenkomt en vormbaar is. Giet het water in een klein kommetje en vorm met licht bevochtigde handen zestien vergelijkbare balletjes van ongeveer 4–5 cm doorsnee, zonder stevig samen te drukken. Giet het overgebleven water weg en was je handen en keukengerei na het werken met rauw vlees.
Breng de bouillon in een brede pan van ongeveer 26 cm doorsnee aan de kook en zet het vuur lager. Leg de balletjes voorzichtig zo veel mogelijk in één laag erin en breng het vocht weer heel zacht aan de kook. Gaar met het deksel op een kier ongeveer 25–30 minuten vanaf het opnieuw zacht koken, zodat het vocht licht trilt zonder hard te borrelen. Steken de bovenkanten uit, draai de balletjes dan halverwege voorzichtig met een lepel. Snijd het grootste balletje door: de binnenkant moet heet en gelijkmatig gestold zijn, zonder zacht rauw mengsel. Gaar zo nodig nog ongeveer 5 minuten.
Schep de balletjes met een schuimspaan in een kom en dek af zodat ze niet uitdrogen tijdens het maken van de saus. Zeef het vocht door een fijne zeef en meet 600 ml af voor de saus. Giet de rest weg; het afgemeten deel moet warm blijven.
Smelt de boter in een brede pan op middellaag vuur, voeg de bloem toe en roer ongeveer 1–2 minuten met een garde, tot het mengsel schuimt maar niet bruin wordt. Schenk geleidelijk de warme 600 ml kookvocht erbij en roer de roux na elke toevoeging glad. Breng zachtjes aan de kook en gaar ongeveer 5–8 minuten onder vaak roeren, tot de rauwe bloemsmaak weg is en de saus een lepel licht bedekt. De saus mag niet zo dik zijn als pudding.
Roer de room erdoor en laat ongeveer 2 minuten zachtjes koken. Voeg de uitgelekte kappertjes, citroensap, suiker, de resterende 1 g zout en de rest van de peper toe en roer. De saus moet blank en romig blijven met een duidelijke kappertjessmaak en een mild zuur accent.
Doe de balletjes met het sap uit de kom in de hete saus en verwarm ongeveer 3–5 minuten op laag vuur. Beweeg de pan voorzichtig in plaats van stevig te roeren. Verdeel vier balletjes en een gelijk deel saus over elk van vier diepe borden. Serveer meteen wanneer het vlees en de saus heet zijn.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties