
AI-gegenereerd
Grießnockerlsuppe — Oostenrijkse bouillon met luchtige griesmeelknoedels
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/soepen/griessnockerlsuppe-oostenrijkse-bouillon-met-luchtige-griesmeelknoedels
Over dit recept
Grießnockerlsuppe is Oostenrijkse bouillon met boterige griesmeelknoedels en gehakte bieslook. De knoedels moeten ook vanbinnen luchtig en zacht zijn; daarom klop je de boter met het ei op en geef je het griesmeel tijd om te wellen. Kies grof griesmeel van durumtarwe, geen fijne pastabloem en geen instantgriesmeel. Met kant-en-klare runderbouillon kun je je op de knoedels richten, die rechtstreeks in de bouillon garen. Die kan daardoor licht troebel worden. Met deze hoeveelheden maak je twaalf kleine knoedels, drie voor elk van de vier porties. Reken op ongeveer een uur en serveer de soep meteen, want de knoedels blijven vocht opnemen als je ze in de bouillon laat liggen.
Ingrediënten
Bouillon en knoedels
100 g droog grof griesmeel van durumtarwe (semolina), geen instantgriesmeel
50 g ongezouten boter, zacht, op kamertemperatuur
1 rauw kippenei, maat M, ongeveer 50 g zonder schaal, op kamertemperatuur
1000 ml kant-en-klare heldere vloeibare runderbouillon, klaar voor gebruik, geen concentraat
8 g verse rauwe bieslook
0,2 g gedroogde gemalen nootmuskaat, een klein snufje
1 g fijn zout
Bereiding
Klop de zachte boter in een kom 2–3 minuten tot de kleur lichter wordt en de boter luchtig is. Klop het ei los met een vork en voeg het in kleine porties aan de boter toe; klop na elke toevoeging goed door. Je krijgt een luchtig mengsel zonder grote klontjes boter.
Voeg het grove griesmeel van durumtarwe, zout en nootmuskaat toe. Roer met een lepel tot alles gemengd is; het mengsel is in dit stadium zacht en duidelijk korrelig.
Dek de kom af en laat 20 minuten staan, zodat het griesmeel vocht opneemt en het mengsel steviger wordt en met een lepel te scheppen is. Giet tijdens de laatste 10 minuten van de rusttijd de bouillon in een pan waarin de knoedels in één laag passen en verwarm op middelhoog vuur tot de bouillon zachtjes kookt. Draai het vuur lager, zodat de bouillon slechts licht trilt. Hak de bieslook fijn.
Doop twee eetlepels in de hete bouillon. Schep kleine porties van het mengsel op en geef ze van de ene lepel aan de andere door om langwerpige knoedels te vormen; maak van het hele mengsel ongeveer 12 kleine knoedels. Laat ze voorzichtig in de bouillon glijden en houd wat ruimte ertussen, want ze zwellen tijdens het koken op. Maak de lepels opnieuw nat met bouillon als het mengsel blijft plakken.
Laat na het toevoegen van de laatste knoedel alles op laag vuur 10–15 minuten garen met het deksel op een kier. De bouillon moet slechts licht trillen en af en toe een klein belletje vormen; hard koken kan de knoedels uit elkaar laten vallen. Keer ze halverwege de kooktijd voorzichtig met een lepel. De knoedels moeten duidelijk opgezwollen zijn en in de bouillon drijven.
Schep één knoedel op een klein bord en snijd hem doormidden. De binnenkant moet overal zacht en luchtig zijn, zonder droge kern en harde griesmeelkorrels. Leg na het controleren beide helften terug in de bouillon. Is de binnenkant nog wat hard, laat dan alle knoedels op laag vuur nog 3–5 minuten garen.
Verdeel de knoedels over vier diepe borden, ongeveer drie per portie. Verdeel alle hete bouillon over de borden en strooi de bieslook erover. Serveer meteen, zodat de knoedels luchtig blijven en niet te veel bouillon opnemen.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties