
AI-gegenereerd
Gravlax — gepekelde zalm met dille en mosterdsaus
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/tussendoortjes/gravlax-gepekelde-zalm-met-dille-en-mosterdsaus
Over dit recept
Gravlax is koud gepekelde zalm met zout, suiker en dille, in dunne plakjes gesneden en geserveerd met mosterdsaus. Het visvlees wordt steviger, maar behoudt een fijne, zijdezachte structuur; de zoetzure dillesaus brengt de zoute smaak in balans. Bij dit Scandinavische hapje draait het om een gelijkmatig dikke filet, koeling en tijd, niet om verhitting. Koop zalm die uitdrukkelijk bedoeld is om rauw te eten en professioneel is ingevroren tegen parasieten. Pekelen alleen doodt die niet en invriezen verwijdert niet alle micro-organismen. Kies een middenstuk zonder huid en graten, zodat je het gemakkelijk met het mengsel kunt bedekken en later kunt snijden. Reken op 12–24 uur ontdooien in de koelkast en 36–48 uur pekelen; de opgegeven tijd gaat uit van de langste duur van beide fasen en ongeveer 30 minuten actief werk. Dit recept is voor 6 porties als hapje, elk met een kleine hoeveelheid saus.
Ingrediënten
Zalm en te verdelen ingrediënten
500 g rauwe filet van gekweekte Atlantische zalm, zonder huid en graten, gewogen na ontdooien en droogdeppen; bevroren gekocht na professioneel invriezen tegen parasieten, bedoeld om rauw te eten
30 g grof zeezout voor het pekelen; het overschot en het vrijgekomen vocht worden weggegooid, de hoeveelheid zout die in de vis achterblijft is niet gemeten
40 g witte suiker: 30 g voor het pekelen en 10 g voor de saus; het overtollige pekelmengsel wordt verwijderd, de hoeveelheid suiker die in de vis achterblijft is niet gemeten
30 g verse dille, zachte takjes zonder dikke stelen: 20 g voor het pekelen, daarna verwijderd met het mengsel, en 10 g voor de saus
1/2 theelepel gemalen witte peper voor het pekelen; het overschot wordt met het mengsel verwijderd
Mosterdsaus
30 g gladde Dijonmosterd
30 ml geraffineerde koolzaadolie, volledig voor de saus
15 ml wittewijnazijn met 6% zuurgraad
Bereiding
Kies een bevroren middenstuk van Atlantische zalm zonder huid en graten, gelijkmatig ongeveer 2–3 cm dik, dat na ontdooien en droogdeppen 500 g visvlees oplevert. De verkoper moet bevestigen dat de vis bedoeld is om rauw te eten en professioneel is ingevroren tegen parasieten; een gewone verse filet of alleen thuis invriezen voldoet niet aan deze voorwaarde. Haal de bevroren vis uit de verpakking, ook uit een vacuümverpakking, leg hem in een schone schaal met deksel en laat hem ongeveer 12–24 uur in de koelkast bij 0–4°C ontdooien, tot de kern zacht en ijsvrij is. Begin meteen na het ontdooien met pekelen en houd ook rekening met een eventuele kortere gebruikstermijn van de verkoper.
Giet het dooivocht af, dep de filet droog met keukenpapier en weeg 500 g visvlees af. Ga met je vingers over het oppervlak en verwijder eventuele achtergebleven graten met een pincet. Spoel de dille af en droog grondig; hak 20 g grof voor het pekelen en bewaar de overige 10 g voor de saus in een apart afgesloten bakje in de koelkast. Was je handen en keukengerei na contact met rauwe vis en houd de filet gekoeld tussen de korte handelingen door.
Meng het zout, 30 g suiker en de witte peper. Verdeel de helft van het mengsel en de helft van de dille voor het pekelen over de bodem van een glazen of keramische schaal waarin de vis in één laag past. Leg de filet erop, bedek met de rest van het mengsel en de dille en druk ze licht tegen de bovenkant en zijkanten. Sluit de schaal af met een deksel en zet meteen in de koelkast.
Pekel de vis 36–48 uur bij 0–4°C: begin bij een stuk met een dikte dichter bij 2 cm na 36 uur de structuur te beoordelen en reken bij een dikte van ongeveer 3 cm op 48 uur. Keer de filet ongeveer elke 12 uur met schoon keukengerei in het vocht dat zich onderin verzamelt, dek daarna meteen weer af en zet terug in de koelkast. Het visvlees moet duidelijk steviger maar nog soepel zijn en onderin komt flink wat vocht te staan. Dit zijn aanwijzingen voor de structuur, geen bewijs van veiligheid: pekelen gaart de vis niet en vervangt het vooraf invriezen tegen parasieten niet.
Haal de zalm uit de schaal en schraap voorzichtig de dille en de achtergebleven kristallen van het mengsel eraf. Veeg het oppervlak grondig schoon met keukenpapier, zonder de vis af te spoelen. Giet al het vocht weg en gooi het verwijderde mengsel weg; gebruik geen van beide voor de saus. Leg de schoongemaakte filet in een schoon, afgedekt bakje en bewaar in de koelkast terwijl je de saus maakt.
Hak de apart gehouden 10 g dille fijn. Meng de mosterd, azijn en de overige 10 g suiker in een kommetje en schenk de olie er vervolgens in een dun straaltje bij terwijl je ongeveer 1–2 minuten stevig klopt met een garde. Voeg de dille toe zodra de saus glad, licht gebonden en glanzend is. Zet in de koelkast terwijl je de vis snijdt.
Leg de koude filet op een schone snijplank. Snijd met een lang, scherp mes zeer dunne plakjes dwars op de draad en houd het lemmet in een kleine hoek ten opzichte van de plank voor brede, fijne plakjes. Maak vloeiende bewegingen zonder hard te drukken; de stevige, gekoelde filet is gemakkelijker te snijden zonder te scheuren. Leg de plakjes losjes op een gekoelde serveerschaal.
Verdeel de vis en alle saus over 6 porties als hapje; serveer de saus ernaast, zodat je er tijdens het eten telkens wat bij kunt nemen. Serveer rechtstreeks uit de koelkast en zet alleen zoveel vis neer als meteen wordt gegeten. Bewaar de overgebleven gravlax en saus apart, afgedekt, bij 0–4°C en gebruik binnen 24 uur na het einde van het pekelen, zonder een kortere termijn van de verkoper te overschrijden. Laat de vis in totaal niet langer dan 1 uur op kamertemperatuur staan.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties