
AI-gegenereerd
Sklandrausis – Letse roggetaartjes met wortel en aardappel
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/tussendoortjes/sklandrausis-letse-roggetaartjes-met-wortel-en-aardappel
Over dit recept
Sklandrausis zijn Letse taartjes van dun roggedeeg zonder gist, met een opstaande rand rond twee aparte vullingen. Onderin zit een mild aardappelmengsel met boter en karwijzaad, met daarboven een dikkere, lichtzoete wortellaag met zure room. Een dun laagje zure room maakt de smaak na het bakken af. Met deze huisversie maak je tien taartjes, gebakken in twee porties op een gewone bakplaat. Wacht tot ze zijn afgekoeld: dan wordt de vulling steviger en zijn de twee lagen in de doorsnede duidelijk te zien.
Ingrediënten
Voor 10 taartjes
200 g fijngemalen volkoren roggemeel, type 2000
20 g lichte tarwebloem, type 450 of 500
40 g ongezouten boter met 82% vet, verdeeld in 20 g voor het deeg en 20 g voor de aardappelen
120 g water voor het deeg, plus kookwater voor de groenten, dat wordt afgegoten
250 g aardappelen, in de schil gekookt, daarna geschild en uitgelekt
500 g wortelen, voor het koken geschild, gekookt en goed uitgelekt
160 g zure room met 18% vet, verdeeld in 20 g voor de aardappelen, 80 g voor de wortelen en 60 g voor de bovenlaag
50 g witte suiker, verdeeld in 40 g voor de wortelen en 10 g voor de bovenlaag
4 g zout, verdeeld in 2 g voor het deeg, 1 g voor de aardappelen en 1 g voor de wortelen
1 g karwijzaad
Bereiding
De opgegeven hoeveelheden aardappel en wortel gelden voor de gekookte groenten. Als je met rauwe groenten begint, neem dan ongeveer 300–350 g aardappelen in de schil en 600–650 g wortelen. Boen de aardappelen schoon, schil de wortelen en snijd ze in grove stukken. Kook ze in twee aparte pannen in ongezouten water dat de groenten bedekt: de aardappelen hebben vanaf het kookpunt meestal 25–30 minuten nodig, de wortelen 20–25 minuten, tot ze heel zacht zijn. Giet al het water af. Laat de aardappelen iets afkoelen, schil ze en laat overtollig vocht verdampen. Weeg 250 g bereide aardappelen en 500 g goed uitgelekte wortelen af. Bewaar het overschot voor een ander gerecht; het hoort niet bij deze portie taartjes.
Meng beide meelsoorten met 2 g zout. Verwarm de afgewogen 120 g water met 20 g boter alleen tot het vet is gesmolten. Schenk de vloeistof bij het meel zodra die warm maar niet gloeiend heet is en kneed tot een stevig, soepel deeg. Het moet uitrolbaar zijn en de vorm van de opstaande rand behouden. Dek af en laat ongeveer 15 minuten rusten; maak intussen de vullingen. Voeg geen meel toe om te bestuiven.
Stamp de nog warme, afgewogen aardappelen goed fijn met een pureestamper of druk ze door een pureeknijper. Roer de resterende 20 g boter, 20 g zure room, 1 g zout en al het karwijzaad erdoor. Het mengsel moet glad en dik zijn, zonder klontjes, maar niet vloeibaar. Maak de aardappelen niet fijn met een blender, zodat ze niet lijmerig worden. Bewaar het hele mengsel voor de onderste vullinglaag.
Maak de afgewogen, goed uitgelekte wortelen fijn tot een gladde, dikke puree zonder vloeistof toe te voegen. Meng met 80 g zure room, 40 g suiker en 1 g zout. Het mengsel moet smeerbaar zijn en niet uitlopen. Bewaar alles voor de bovenste laag. Verwarm tegen het einde van de bereiding van de vullingen de oven voor op 220°C met boven- en onderwarmte; het voorverwarmen overlapt met het verdere werk.
Verdeel al het deeg in 10 gelijke stukken. Rol elk stuk tussen vellen bakpapier uit tot een rondje van ongeveer 13 cm doorsnee en 2–2,5 mm dik. Zet de randen omhoog en knijp ze licht samen tot een staande rand van ongeveer 1,5 cm hoog; de platte bodem heeft dan ongeveer 10 cm doorsnee. Maak kleine scheurtjes dicht met deeg uit hetzelfde stuk, zonder deegrestjes weg te gooien. Leg op een met bakpapier beklede bakplaat van ongeveer 40 × 30 cm 5 bakjes in twee rijen van 3 en 2 en met ongeveer 2 cm tussenruimte. Bereid de resterende 5 voor de tweede portie voor.
Gebruik voor de eerste portie de helft van het aardappelmengsel en de helft van het wortelmengsel en bewaar de rest voor de tweede. Strijk de aardappelen dun uit over de bodem van 5 bakjes. Verdeel het wortelmengsel erover en maak een duidelijk dikkere bovenlaag. Meng de lagen niet. Strijk de bovenkant glad en houd die iets onder de rand. Vul de resterende 5 bakjes vlak voor het bakken met de bewaarde vullingen, zodat de rauwe bodem tijdens het wachten niet week wordt. Gebruik in beide porties beide vullingen helemaal op.
Zet de eerste bakplaat op het middelste niveau van de voorverwarmde oven. Bak op 220°C ongeveer 20–25 minuten zonder hetelucht, tot de bodems en randen droog en stevig zijn en de vulling bovenop licht is gebakken. Haal de plaat eruit en bak de tweede portie van 5 op dezelfde manier; samen duren de twee porties ongeveer 40–50 minuten. Gebruik een tweede met bakpapier beklede bakplaat of leg de volgende bakjes voorzichtig op dezelfde plaat nadat die kort is afgekoeld.
Meng de resterende 60 g zure room met 10 g suiker. Verdeel na het bakken van elke portie de helft van deze bovenlaag dun over de taartjes; gebruik samen alles op. Haal ze van de bakplaat en leg ze op een rooster zodra je ze veilig kunt verplaatsen. Laat elke portie na het uitnemen ongeveer 30–45 minuten afkoelen, tot de taartjes zijn afgekoeld en niet meer warm zijn; zo nodig langer. De eerste portie kan afkoelen terwijl de tweede bakt. Serveer 10 porties, één taartje per portie. Reken voor de hele bereiding op ongeveer 3 uur en 25 minuten.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties