
AI-gegenereerd
Supplì al telefono — krokante rijstkroketten met mozzarella
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/tussendoortjes/suppli-al-telefono-krokante-rijstkroketten-met-mozzarella
Over dit recept
Supplì al telefono zijn langwerpige tomatenrijstkroketten met een krokant paneerlaagje en dradentrekkende mozzarella binnenin. Kook de rijst tot een stevige massa, meng er Parmezaanse kaas door en koel snel in een dunne laag, voordat je de goed uitgelekte kaas erin verpakt. Een dubbele laag ei en paneermeel helpt de vulling tijdens het frituren binnen te houden. Deze versie zonder vlees bevat passata, ui en Parmezaanse kaas; je hoeft geen vleesragù te maken. Met deze ingrediënten maak je 16 stuks, ofwel vier porties van vier kroketten. Reken op ongeveer 3 uur, inclusief het koelen van de rijst en het frituren in porties. Serveer ze het liefst meteen: de binnenkant moet heel heet zijn en de mozzarella gesmolten.
Ingrediënten
Tomatenrijst
300 g ongekookte Carnarolirijst
300 g tomatenpassata zonder toevoegingen
600 ml kant-en-klare zoutarme groentebouillon; voeg geleidelijk naar behoefte toe en doe ongebruikte bouillon niet bij de kroketten
60 g rauwe gepelde ui
20 g extra vierge olijfolie
40 g Parmigiano Reggiano, gewogen zonder de oneetbare korst, om fijn te raspen
4 g zout: 3 g voor de rijst en 1 g voor de eieren van de paneerlaag
1 g gemalen zwarte peper
Vulling
160 g verse koemelkmozzarella in pekel, gewogen na goed uitlekken en droogdeppen
Paneren en frituren
50 g tarwebloem om te paneren; gooi het overschot na het paneren weg
3 eieren maat M voor het paneren; gebruik de hele eieren en gooi ongebruikt losgeklopt ei weg
180 g fijn droog tarwepaneermeel zonder kruiden voor de dubbele paneerlaag; gooi het overschot na het paneren weg
1000 g geraffineerde koolzaadolie om in te frituren; laat de gare kroketten uitlekken, de overgebleven olie hoort niet bij de porties
Bereiding
Snipper de ui heel fijn en rasp de Parmezaanse kaas fijn. Verwarm de bouillon in een aparte pan en houd hem heet. Spoel de rijst niet af: het zetmeel helpt de massa te binden. Zet twee brede, ondiepe metalen schalen klaar die in de koelkast passen.
Verhit de olijfolie in een brede pan en fruit de ui ongeveer 5 minuten op laag vuur tot hij glazig is. Voeg de rijst toe en roer ongeveer 2 minuten. Voeg de passata en 200 ml hete bouillon toe. Kook zonder deksel op laag vuur, onder regelmatig roeren, ongeveer 18–20 minuten vanaf het toevoegen van de bouillon. Voeg de rest van de bouillon in kleine hoeveelheden toe, alleen als de vorige hoeveelheid is opgenomen en de rijst nog te hard is; je hoeft niet de volledige 600 ml te gebruiken. De korrels moeten uiteindelijk al dente zijn en de massa dik en stevig, zonder los vocht op de bodem. Is de rijst gaar maar de massa te vloeibaar, roer dan nog even door zonder vocht toe te voegen. Haal van het vuur, voeg alle Parmezaanse kaas, 3 g zout en alle peper toe en meng.
Verdeel de rijst meteen over de twee metalen schalen in een laag van niet meer dan 1 cm. Laat slechts ongeveer 10 minuten staan tot de sterkste damp is verdwenen en zet dan in de koelkast. Wacht niet tot de rijst op het aanrecht helemaal is afgekoeld; de rijst moet uiterlijk binnen 1 uur na het koken in de koelkast staan. Koel ongeveer 50–60 minuten tot de rijst koud en duidelijk stevig is. Dek de schalen af zodra er geen damp meer afkomt. Bereid tijdens het koelen de mozzarella en de paneerplek voor zoals beschreven in de volgende stappen.
Laat terwijl de rijst afkoelt de mozzarella in een zeef in de koelkast uitlekken, dep droog met keukenpapier en weeg 160 g af. Verdeel in 16 korte staafjes. Verdeel zodra de rijst koud is de hele massa in 16 vergelijkbare porties. Druk elke portie plat in je handpalm, leg één mozzarellastaafje in het midden en sluit de rijst er zorgvuldig omheen. Vorm een langwerpige kroket van ongeveer 7 cm lang en 3–4 cm dik. Druk vooral de naad en uiteinden stevig dicht: de kaas mag niet uitsteken of door scheuren zichtbaar zijn. Zet de gevormde kroketten op een schaal in de koelkast.
Zet drie schalen klaar: één met bloem, één met de hele eieren goed losgeklopt met de resterende 1 g zout, en één met paneermeel. Wentel elke kroket licht door de bloem en schud het overschot af, haal door het ei en bedek daarna zorgvuldig met paneermeel. Herhaal het doorhalen in ei en paneermeel; voeg geen tweede laag bloem toe. Druk de paneerlaag aan alle kanten voorzichtig aan, vooral bij de uiteinden. Gooi de restjes bloem, ei en paneermeel die in de schalen zijn achtergebleven weg. Bewaar de gepaneerde supplì in de koelkast en haal er alleen de portie uit die je gaat frituren.
Verhit de frituurolie in een pan van ongeveer 18 cm doorsnee en 3–4 l inhoud tot ongeveer 170°C; vul de pan niet verder dan de helft met olie. Een broodkruimel moet meteen sissen, maar de olie mag niet roken. Laat voorzichtig 4 kroketten tegelijk in de olie zakken en frituur ongeveer 6–8 minuten per portie, terwijl je ze voorzichtig keert. Houd de temperatuur tussen de porties ongeveer gelijk. De paneerlaag moet gelijkmatig goudbruin zijn en de rijst ook in het midden dampend heet; de mozzarella moet helemaal gesmolten zijn. Je kunt één kroket uit de eerste portie openbreken om de binnenkant te controleren. Is die nog koud, frituur de overige kroketten dan langer; alleen een goudbruine paneerlaag is niet voldoende.
Schep de kroketten met een schuimspaan uit de olie en laat kort uitlekken op keukenpapier. Serveer meteen, 4 stuks per portie, wanneer de mozzarella binnenin gesmolten is en draden trekt. De overgebleven frituurolie hoort niet bij het gerecht. Warm deze rijst niet opnieuw op: na het eerste koken is hij al afgekoeld en tijdens het frituren opnieuw verhit.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties