
AI-gegenereerd
Taralli met olijfolie en venkel
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/tussendoortjes/taralli-met-olijfolie-en-venkel
Over dit recept
Taralli met olijfolie en venkelzaad zijn kleine, knapperige ringetjes van deeg met witte wijn, die vóór het bakken kort worden gekookt. Olijfolie maakt ze bros en hele venkelzaadjes geven een zacht anijsaroma. Het deeg bevat geen gist of bakpoeder: na het rusten rol je er dunne strengen van en druk je de uiteinden stevig op elkaar. Kort koken verstevigt de vorm, maar vervangt het bakken niet. Laat de ringetjes aan de buitenkant drogen voordat ze de oven in gaan, zodat er geen plasjes water op de bakplaat achterblijven. Beoordeel de knapperigheid pas als ze helemaal zijn afgekoeld en ook de binnenkant droog en bros is. Gebruik twee gewone bakplaten van ongeveer 30 × 40 cm en bak ze na elkaar op het middelste niveau. Met deze hoeveelheden maak je ongeveer 50 ringetjes, ofwel 10 snackporties van ongeveer 5 ringetjes. Reken op ongeveer 3 uur en 50 minuten, inclusief het rusten van het deeg, drogen, bakken van twee porties en afkoelen van de laatste bakplaat.
Ingrediënten
Deeg en voorkoken
500 g witte tarwebloem type 500, droog, voor het deeg
125 g extra vierge olijfolie voor het deeg
180 ml droge witte wijn, ongeveer 12% alcohol, voor het deeg
8 g hele gedroogde venkelzaadjes voor het deeg
10 g fijn zout voor het deeg
3 l water voor het voorkoken, zonder zout; na gebruik afgegoten, geen ingrediënt van het deeg
Bereiding
Meng de bloem met de venkelzaadjes in een grote kom. Roer het fijne zout door de witte wijn op kamertemperatuur, giet die samen met de olijfolie bij de bloem en meng met de hand. Leg het deeg op een schoon werkblad en kneed ongeveer 10–15 minuten, tot het stevig, glad en goed vormbaar is en er geen losse bloem meer overblijft. Bestuif het werkblad niet met bloem: de olijfolie in het deeg maakt het makkelijker om ermee te werken.
Leg het deeg in een kom, dek af en laat ongeveer 30 minuten op kamertemperatuur rusten. Door deze rust kun je het makkelijker rollen; het deeg hoeft niet te rijzen. Bekleed twee bakplaten van ongeveer 30 × 40 cm met bakpapier en leg een schone theedoek klaar voor het uitlekken.
Verdeel het deeg in 5 ongeveer gelijke delen en elk deel in 10 stukjes, zodat je ongeveer 50 stuks krijgt. Houd de nog niet gevormde stukjes afgedekt en rol elk stukje op een onbestoven werkblad tot een streng van ongeveer 12 cm lang en ongeveer 1–1,2 cm dik. Buig die tot een ringetje, laat de uiteinden ongeveer 1 cm overlappen en druk ze stevig met je vingers op elkaar, zodat de verbinding in het water niet opengaat; laat een duidelijke opening in het midden. Begin tegen het einde van het vormen 3 l water in een brede pan te verwarmen en laat ruimte boven het wateroppervlak.
Zet het vuur lager zodra het water kookt, zodat het rustig pruttelt. Leg er telkens 8–10 ringetjes in, zodat ze vrij kunnen drijven, en kook ze tot ze boven komen drijven, meestal ongeveer 1–2 minuten. Maak een ringetje dat aan de bodem vastzit voorzichtig los met een schuimspaan; haal elk ringetje eruit zodra het boven komt drijven. Laat kort boven de pan uitlekken, leg de ringetjes zonder overlap op de theedoek en leg ze na enkele minuten op de voorbereide bakplaten, ongeveer 25 per plaat met ruimte ertussen; het koken en overbrengen van de volledige hoeveelheid duurt ongeveer 20 minuten. Zet na de laatste portie het vuur uit en giet het water weg.
Laat beide bakplaten na het overbrengen van de laatste portie ongeveer 30 minuten onafgedekt staan. De buitenkant van de ringetjes moet opdrogen, zonder waterdruppels of natte plekken eronder; wacht langer als ze nog nat zijn. Verwarm ondertussen de oven voor op 200°C met boven- en onderwarmte, zonder hetelucht, met het rooster op het middelste niveau.
Schuif de eerste bakplaat in de voorverwarmde oven en bak ongeveer 30–40 minuten. De ringetjes moeten overal goudbruin zijn, ook aan de onderkant, met een droge buitenkant die steviger wordt; draai de bakplaat halverwege van voor naar achter. Leg de gebakken taralli op een rooster en bak de tweede plaat op dezelfde manier; die blijft tot dan onafgedekt staan. Beide porties hebben samen ongeveer 60–80 minuten baktijd nodig. Beoordeel de knapperigheid van de hete binnenkant nog niet.
Laat de taralli in één laag op een rooster ongeveer 30 minuten na het uitnemen van elke portie volledig afkoelen. Breek een van de dikkere ringetjes: het moet knapperig breken en een droge, brosse binnenkant hebben, zonder vochtige kern. Droog ringetjes die vanbinnen nog zacht zijn verder op een bakplaat bij 150°C met boven- en onderwarmte, ongeveer 10–15 minuten, en laat ze opnieuw ongeveer 20–30 minuten volledig afkoelen. Langer drogen of extra nadrogen en afkoelen verlengt de aangegeven tijd.
Serveer de taralli helemaal afgekoeld als kleine hartige snack. Verdeel ongeveer 50 ringetjes in 10 porties van ongeveer 5 stuks.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties