
AI-gegenereerd
Brunsviger — Deense gistkoek met een topping van boter en suiker
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/desserts/brunsviger-deense-gistkoek-met-een-topping-van-boter-en-suiker
Over dit recept
Brunsviger is een Deense gistkoek met een zachte, boterige topping van bruine suiker. De kenmerkende kuiltjes houden de topping vast en vormen zoete holtes in de luchtige koek. Bij deze versie uit Funen wordt het zachte, kleverige deeg vóór het bakken in de vorm verdeeld, in plaats van uitgerold op een met bloem bestoven werkblad. Kies zachte, vochtige suiker van het type brun farin met rietsuikersiroop; droge demerara geeft een andere bovenlaag. De topping moet warm zijn, maar niet heet, en de koek moet na het bakken in de vorm rusten tot de zoete laag niet meer uitloopt. Een vorm van 18 × 30 cm levert 12 stukken op. Reken op ongeveer 2,5 uur, inclusief rijzen en afkoelen; in een koelere keuken duurt het rijzen langer.
Ingrediënten
Deeg en boter-suikertopping
200 g tarwebloem
100 ml gepasteuriseerde melk met 3,2% vet
25 g verse bakkersgist
1 rauw ei maat M, ongeveer 50 g zonder schaal, op kamertemperatuur
245 g ongezouten boter met 82% vet: 40 g zacht voor het deeg, 200 g voor de topping en 5 g om de spatel en je vingers in te vetten
10 g witte kristalsuiker
2 g zout
200 g zachte, vochtige bruine suiker met rietsuikersiroop, type brun farin; geen droge demerara
Bereiding
Verwarm de melk voorzichtig tot hij lauw en aangenaam warm aanvoelt, niet heet. Giet de melk in een kom, verkruimel de gist erboven en voeg de witte suiker toe. Roer om de gist te verdelen, voeg daarna het hele ei toe en roer opnieuw.
Voeg de bloem, het zout en 40 g zachte boter toe. Bewerk het deeg krachtig met een houten lepel of met een mixerhulpstuk op lage snelheid ongeveer 5–7 minuten, tot het deeg glad, elastisch en licht glanzend is. Het moet heel zacht en kleverig blijven; voeg geen bloem toe om een uitrolbare bal te maken.
Bekleed een vorm van ongeveer 18 × 30 cm en minstens 4 cm hoog met bakpapier. Vet een spatel in met een deel van de apart gehouden 5 g boter en bewaar de rest voor je vingers. Doe het deeg in de vorm en verdeel het voorzichtig tot een gelijkmatige laag. Dek losjes af en laat op een warme plek ongeveer 45–60 minuten rijzen, tot het duidelijk luchtig is en bijna in volume verdubbeld. Geef het meer tijd als het nog compact is, in plaats van alleen op de klok af te gaan.
Verwarm tegen het einde van het rijzen de oven voor op 175°C met boven- en onderwarmte. Doe 200 g boter en de bruine suiker in een kleine steelpan. Verwarm op laag vuur ongeveer 3–5 minuten al roerend, tot de boter smelt en een egaal, dik mengsel ontstaat. Breng het niet aan de kook. Haal van het vuur en laat ongeveer 10–15 minuten afkoelen, zodat de topping vloeibaar en warm blijft, maar niet heet. Maak de topping en laat hem afkoelen tijdens het laatste deel van het rijzen; verwarm hem kort opnieuw op laag vuur als hij te dik wordt.
Vet je vingers in met de resterende boter uit de portie om in te vetten. Maak veel diepe kuiltjes dicht bij elkaar in het gerezen deeg, zonder de bodem tot op het papier te doorboren. Laat langs de zijkanten een hogere deegrand van ongeveer 1 cm breed vrij om de topping tegen te houden. Verdeel de warme topping met een lepel over het oppervlak en in de kuiltjes, en houd die rand vrij.
Zet de vorm op het middelste niveau van de voorverwarmde oven en bak ongeveer 20–25 minuten. Het deeg langs de randen moet goudbruin worden en tussen de kuiltjes veerkrachtig zijn. Een prikker in het deeg tussen de kuiltjes moet eruit komen zonder kleverig rauw deeg; sporen van de suikertopping zijn normaal. Laat ongeveer 30 minuten in de vorm staan, tot de topping niet meer vrij uitloopt, en snijd daarna in 12 stukken. Serveer licht warm of na verder afkoelen.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties