
AI-gegenereerd
Koldskål — Deens karnemelktoetje met zelfgebakken kammerjunkere
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/desserts/koldskal-deens-karnemelktoetje-met-zelfgebakken-kammerjunkere
Over dit recept
Koldskål is een koud Deens dessert van karnemelk, vanille en citroen, geserveerd met knapperige kammerjunkerekoekjes. Het is licht en vloeibaar, zoetzuur en niet dik zoals pudding. In deze huisgemaakte versie meng je de karnemelk met kant-en-klare gepasteuriseerde eidooiers die je licht opklopt met suiker. Vervang ze niet door rauwe dooiers uit eieren die je zelf breekt. Afgewogen suiker met echte gemalen vanille geeft de vanillesmaak, terwijl versgeperst citroensap voor frisheid zorgt. Elk van de vier kommen krijgt ook zes helften van zelfgebakken koekjes: eerst bak je twaalf kleine rondjes, daarna snijd je ze doormidden en bak je ze nogmaals met de snijkant omhoog. Helemaal afgekoeld zijn ze bros en knapperig; voeg ze daarom pas bij het eten toe. Het volledige karnemelkmengsel en alle vierentwintig koekhelften zijn bedoeld om te serveren, zonder extra fruit, munt of versiering.
Ingrediënten
Het volledige koude karnemelkmengsel
1000 g naturel karnemelk met 1,5% vet, afgewogen, ongezoet en zonder aroma's, gekoeld
40 g kant-en-klare gepasteuriseerde vloeibare eidooier, 100% dooier zonder toegevoegde suiker of zout, volgens het etiket geschikt voor desserts zonder verhitting, geen rauwe dooiers uit schaaleieren
50 g witte suiker voor het karnemelkmengsel
8 g suiker met echte gemalen vanille voor het karnemelkmengsel
20 g versgeperst citroensap, afgewogen na het verwijderen van pitten en zeven, zonder schil
Twaalf koekjes voor vierentwintig helften
150 g tarwebloem type 550, volledig voor het deeg, zonder extra bloem om te bestuiven
40 g koude ongezouten boter met 82% vet, niet geklaard, voor het deeg
40 g witte suiker voor de koekjes
4 g suiker met echte gemalen vanille voor de koekjes
3 g gewoon bakpoeder, geen zuiveringszout
1 g zout
50 g rauw heel ei zonder schaal, ongeveer 1 middelgroot ei, volledig voor de gebakken koekjes
Bereiding
Doe alle 150 g bloem, 40 g suiker, 4 g suiker met echte vanille, 3 g bakpoeder en 1 g zout in een kom. Voeg alle 40 g koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf kort met je vingertoppen of een deegmenger tot fijne kruimels zonder grote stukken boter. Smelt de boter niet en vet de bakplaat niet in; bakpapier is voldoende.
Voeg 50 g losgeklopt rauw heel ei zonder schaal toe en kneed snel tot een zacht, egaal deeg. Neem alle kruimels uit de kom mee, vorm een plat stuk deeg, dek af en leg ongeveer 30 minuten in de koelkast. Voeg geen bloem toe en voeg geen melk toe. Dit ei wordt in de koekjes gebakken; houd voor het koude karnemelkmengsel apart kant-en-klare gepasteuriseerde dooiers klaar.
Klop in een schone kom ongeveer 3–4 minuten 40 g kant-en-klare gepasteuriseerde dooiers met 50 g suiker en 8 g suiker met echte vanille, tot het mengsel iets bleker en dikker wordt. Meng geleidelijk alle afgewogen karnemelk, in totaal 1000 g, en 20 g gezeefd citroensap erdoor. Schraap al het mengsel van de komwand. Dek af en zet minstens een uur in de koelkast terwijl je de koekjes maakt.
Verwarm de oven voor op 180°C boven- en onderwarmte. Bekleed een gewone bakplaat van ongeveer 30 × 40 cm met bakpapier. Verdeel al het gekoelde deeg in twaalf stukken van ongeveer 24 g. Rol met droge handen balletjes en druk licht plat tot rondjes van ongeveer 4 cm breed en 1–1,5 cm dik. Laat minstens 3 cm ruimte ertussen. Bestuif het werkblad niet, snijd geen randen weg en laat geen deeg achter.
Bak op de middelste richel ongeveer 18–22 minuten, tot de koekjes rijzen, aan de rand licht goudbruin worden en stevig zijn als je ze met een spatel aanraakt. Haal de plaat eruit en laat ongeveer 5 minuten staan, zodat je de rondjes veilig kunt vastpakken. Zet de oven op 150°C boven- en onderwarmte; laat tijdens het snijden overtollige warmte ontsnappen door de deur kort op een kier te zetten.
Leg de koekjes op een snijplank en snijd elk voorzichtig horizontaal in twee helften met een klein kartelmes. Houd het iets afgekoelde koekje aan de zijkant vast, uit de buurt van het lemmet; snijd het niet in je hand. Zo krijg je vierentwintig helften. Leg ze op hetzelfde bakpapier met de snijkant omhoog en kleine ruimtes ertussen. Bewaar ook de eetbare kruimels van het snijden om erbij te serveren.
Zet de helften terug in de oven die nu op 150°C staat en bak ongeveer 20–25 minuten verder, tot ze droog en licht goudbruin zijn, ook op de snijkant. Kleuren ze snel, zet de plaat dan lager en stop wanneer de structuur droog is. Leg alle helften op een rooster en laat ongeveer 30 minuten helemaal afkoelen. Beoordeel de knapperigheid na het afkoelen; sluit warme koekjes niet op in een bewaardoos.
Haal het goed gekoelde karnemelkmengsel pas tevoorschijn als de koekjes helemaal koud zijn. Roer kort met een garde om eventueel gescheiden ingrediënten weer te mengen, zonder lang opkloppen. Verdeel de volledige kominhoud over vier diepe kommen met elk een inhoud van ongeveer 350–400 ml en schraap de rest met een spatel uit de kom. Koldskål moet vloeibaar en licht romig blijven; bind het niet met bloem, gelatine of extra eieren.
Verdeel alle vierentwintig koekhelften over de vier porties, zes per persoon. Voeg ook de bewaarde kruimels toe. Leg een deel van de helften vlak voor het eten op het dessert en serveer de rest naast dezelfde portie, zodat ze knapperig blijven. Gebruik het volledige karnemelkmengsel en alle koekjes, zonder extra suiker, munt, fruit of citroenversiering.
Bewaar het karnemelkmengsel afgedekt in de koelkast en eet het liefst op de dag van bereiding, uiterlijk de volgende dag; houd rekening met een kortere houdbaarheid van de dooiers of karnemelk na openen. Laat het niet langer dan 2 uur buiten de koelkast staan. Bewaar helemaal koude, droge koekjes apart in een luchtdichte doos tot 5 dagen; eet koekjes die al in het dessert zijn geweekt meteen op. Vries de samengestelde kommen niet in.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties