
AI-gegenereerd
Prinsesstårta — Zweedse taart met vanillecrème en marsepein
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/desserts/prinsesstarta-zweedse-taart-met-vanillecreme-en-marsepein
Over dit recept
Prinsesstårta is een Zweedse taart met drie lichte biscuitlagen, vanillecrème en een luchtige koepel van slagroom onder groen marsepein. De kenmerkende vorm ontstaat door de room glad te strijken voordat het dun uitgerolde amandelmengsel over de taart gaat. In deze thuisversie kook je de vanillecrème zelf van melk, dooiers en zetmeel, koel je hem goed en maak je hem daarna luchtiger met een klein deel van de opgeklopte room. De rest vormt de zachte, afgeronde bovenkant. De taart bevat geen jam of extra siroop om te bevochtigen: rusten met de crème in de koelkast maakt het biscuit vochtig. De enige versiering is een kleine witte roos van apart gehouden marsepein, zonder losse suikerdecoraties. Het recept geeft twaalf porties van een taart met een doorsnede van 22 cm. Afgesneden marsepein en ongebruikte suiker voor het uitrollen vallen buiten deze porties.
Ingrediënten
Licht biscuit
4 hele eieren maat M, ongeveer 200 g na het breken zonder schalen
120 g fijne witte suiker
120 g tarwebloem type 450
Gekookte vanillecrème
300 g melk met 3,2% vet, afgewogen
3 extra dooiers van andere eieren maat M, ongeveer 54 g zonder eiwitten en schalen; bewaar de eiwitten voor een ander gerecht
60 g fijne witte suiker
30 g puur maïszetmeel
15 g boter met 82% vet
1 vanillestokje
Slagroom en marsepein
500 g goed gekoelde slagroom met 36% vet, afgewogen
20 g poedersuiker zonder toegevoegd zetmeel voor de room
500 g licht marsepein met ongeveer 50% amandelen, geschikt om uit te rollen; houd 20 g apart voor de witte roos en kleur de overige 480 g groen; bewaar afgesneden overtollig marsepein buiten de porties
een beetje groene voedingskleurstof in gelvorm voor het marsepein
10 g poedersuiker zonder toegevoegd zetmeel om spaarzaam te bestuiven bij het uitrollen; ongebruikte suiker valt buiten de porties
Bereiding
Bekleed de bodem van een springvorm met een doorsnede van 22 cm met bakpapier; vet de zijkanten niet in. Verwarm de oven voor op 170°C boven- en onderwarmte. Klop de vier hele eieren en 120 g suiker met een mixer ongeveer 8–10 minuten, tot het mengsel heel licht, dik en luchtig is en het spoor van een vallend lint even zichtbaar blijft. Zeef de bloem en spatel die voorzichtig in twee porties door het beslag, tot op de bodem van de kom. Doe al het beslag in de vorm en strijk glad. Bak ongeveer 30–35 minuten, tot het biscuit veerkrachtig is en een prikker zonder nat beslag eruit komt. Wacht 10 minuten, maak de zijkanten los met een mes, haal het biscuit eruit en verwijder het papier. Laat ongeveer 60 minuten op een rooster volledig afkoelen.
Snijd het vanillestokje open en schraap de zaadjes eruit. Verwarm de melk in een steelpan met de zaadjes, het lege stokje en 30 g van de suiker voor de crème, tot de melk flink stoomt. Verwijder het lege stokje. Meng de drie extra dooiers in een kom met de overige 30 g suiker en al het zetmeel. Schenk geleidelijk ongeveer de helft van de hete melk erbij terwijl je met een garde roert, en giet alles terug in de pan. Verwarm op middellaag vuur en roer voortdurend over de bodem en langs de wanden. Kook vanaf het duidelijk borrelen nog een volle 2 minuten en roer krachtig. Haal van het vuur en meng alle 15 g boter erdoor. De basis moet dik en glad zijn, zonder klontjes zetmeel.
Doe de hete basis in een brede, ondiepe schaal in een laag van ongeveer 2 cm. Zet de schaal 10–15 minuten in koud water en roer de crème enkele keren; er mag geen water in komen. Leg vershoudfolie direct op het oppervlak en zet ongeveer 60–90 minuten in de koelkast, tot de crème volledig koud is. Voeg geen opgeklopte room toe aan een lauwe basis. Je kunt de crème eerder maken en afgedekt in de koelkast laten staan tot het opbouwen van de taart.
Houd van de volledige 500 g marsepein 20 g apart voor één kleine witte roos en dek goed af. Voeg steeds een beetje groene gelkleurstof aan de overige 480 g toe en kneed tot een egale lichtgroene kleur; verdun het mengsel niet met water. Pak in zodat het niet uitdroogt. Snijd het volledig koude biscuit horizontaal in drie lagen en behoud alle delen. Snijd de bovenkant niet afzonderlijk weg en snijd de omtrek niet bij. Gebruik de dunste bovenste laag om de taart af te sluiten. Zet een plat bord of taartonderlegger klaar waar de hele taart op past.
Roer de koude vanillebasis kort glad met een garde of mixer. Klop in een aparte koele kom alle 500 g koude room met 20 g poedersuiker tot duidelijke, veerkrachtige mixersporen blijven staan. Klop niet tot een korrelige structuur. Weeg ongeveer 100 g opgeklopte room af en spatel die voorzichtig door de volledige koude vanillebasis, liefst in twee porties. Verdeel de ontstane crème in twee gelijke delen. Zet de overige opgeklopte room, ongeveer 420 g, meteen in de koelkast terwijl je de biscuitlagen vult.
Leg de onderste biscuitlaag op het bord en verdeel er de helft van de vanillecrème over; laat alleen een smalle rand vrij. Leg de middelste laag erop, druk licht aan en voeg de tweede helft van de crème toe. Verdeel gelijkmatig en gebruik alles. Leg de derde, dunste biscuitlaag erop en maak de taart voorzichtig vlak met je hand, zonder de vulling naar buiten te drukken. Voeg geen jam, bevochtigingssiroop of andere lagen toe. Wordt de crème tijdens het werken zachter, zet de taart dan ongeveer 15 minuten in de koelkast voordat je hem met slagroom afwerkt.
Bedek de zijkanten van de taart dun met een deel van de overgebleven slagroom en vul openingen langs de randen. Verdeel de hele rest bovenop, hoger in het midden en lager bij de randen. Strijk met een spatel tot een zachte, brede koepel zonder scherpe punt; druk het biscuit niet stevig aan. Gebruik alle apart gehouden room, ook voor het gladstrijken van de zijkanten. Zet de taart ongeveer 45–60 minuten in de koelkast, tot het oppervlak koud en stabiel is. Leg het zware marsepein niet op zachte, opgewarmde room.
Rol het groene marsepein tussen twee grote vellen bakpapier uit tot een cirkel met een doorsnede van ongeveer 40 cm en een dikte van ongeveer 3 mm. Gebruik bij plakken heel spaarzaam de afgewogen 10 g poedersuiker; je hoeft niet alles te gebruiken. Haal het bovenste papier los, leg het marsepein op de goed gekoelde taart en verwijder voorzichtig het tweede vel. Strijk met je hand vanuit het midden van de koepel naar de zijkanten. Til onderaan de losse rand voorzichtig op en werk plooien uit elkaar in plaats van ze in de room te duwen. Snijd het overtollige marsepein direct langs het bord af, zonder de bekleding uit te rekken. Bewaar afgesneden marsepein en ongebruikte poedersuiker buiten de porties.
Verdeel de apart gehouden 20 g wit marsepein in vijf kleine balletjes en druk elk tussen je vingers plat tot een dun bloemblaadje. Rol het eerste blaadje losjes op als hart en wikkel de volgende eromheen, met de randen iets naar buiten gebogen. Vorm één kleine roos, gebruik het hele apart gehouden deel en leg hem midden op de taart. Voeg geen blaadjes, fruit of extra strooisel toe. Zet de taart onder een hoge afdekking minstens 3 uur in de koelkast voordat je hem snijdt. Serveer liefst dezelfde dag na dit koelen, zodat het marsepein glad blijft.
Haal de taart ongeveer 10–15 minuten voor het serveren uit de koelkast. Snijd met een scherp mes in twaalf porties en veeg het lemmet na elke snede schoon, zodat de lagen duidelijk zichtbaar blijven. Dek de overgebleven taart meteen af en zet terug in de koelkast. Eet binnen 24 uur na het opbouwen; het marsepein kan na verloop van tijd wat vocht uit de room opnemen. Laat de taart tussen het serveren door niet op een warme tafel staan.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties