
AI-gegenereerd
Semlor — Zweedse kardemombroodjes met amandelen en slagroom
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/desserts/semlor-zweedse-kardemombroodjes-met-amandelen-en-slagroom
Over dit recept
Semlor zijn Zweedse gistbroodjes die naar kardemom geuren, gevuld met zoete amandelvulling en luchtige slagroom. Een klein dekseltje en een dun laagje poedersuiker geven ze hun kenmerkende uiterlijk. In deze thuisversie rijst het deeg van tarwebloem type 550, melk en ongeklaarde boter rustig twee keer. De vulling maak je van fijngemalen geblancheerde amandelen, suiker en afgewogen melk. Al het kruim dat je uit de broodjes haalt, gaat terug in de amandelvulling, zodat niets van het brood buiten de porties blijft. Laat de broodjes volledig afkoelen voor je ze vult, zodat de room luchtig blijft. Het recept levert acht semlor op, elk met een eigen dekseltje en een gelijke portie room. Stel ze bij voorkeur kort voor het eten samen en bewaar ze tot het serveren in de koelkast. Je hebt geen kant-en-klare marsepein of extra glazuur nodig; kardemom, amandelen en ongezoete slagroom zorgen voor de smaak.
Ingrediënten
Al het deeg voor acht broodjes
300 g droge tarwebloem type 550, alles voor het deeg, zonder extra bloem om te bestuiven
150 g melk met 3,2% vet, afgewogen, lauwwarm
15 g verse bakkersgist, geen droge gist
40 g witte suiker voor het deeg
50 g rauw heel ei zonder schaal, losgeklopt, ongeveer 1 ei maat M: 40 g voor het deeg en 10 g om te bestrijken
50 g ongezouten boter met 82% vet, niet geklaard, met alle melkbestanddelen, zacht
3 g fijn zout
2 g gemalen kardemom
Alle amandelvulling
100 g geblancheerde zoete amandelen zonder vlies, fijngemalen, zonder toegevoegde suiker, geen ontvet amandelmeel
65 g witte suiker voor de vulling
60 g melk met 3,2% vet, afgewogen, voor de vulling
Slagroom en poedersuiker
300 g vloeibare zoete room met 36% vet, gepasteuriseerd, goed gekoeld, afgewogen, geen zure room
12 g pure zetmeelvrije poedersuiker om licht te bestuiven; restjes in het zeefje en op het papier worden niet geserveerd
Bereiding
Klop het hele ei zonder schaal los en weeg 50 g af. Neem 40 g voor het deeg en zet de overige 10 g afgedekt in de koelkast om later te bestrijken. Weeg de andere ingrediënten af. De melk voor het deeg moet lauwwarm zijn, niet heet, de boter zacht en de room nog steeds heel koud. Bekleed één bakplaat van ongeveer 30 × 40 cm met bakpapier.
Roer in een kom 15 g verse gist los met 150 g lauwwarme melk en 40 g suiker. Voeg de klaargezette 40 g ei, alle 300 g bloem, 3 g zout en 2 g kardemom toe. Meng met een lepel en kneed daarna enkele minuten met de hand of een deeghaak tot een gelijkmatig, zacht deeg. Voeg de boter nu nog niet toe.
Voeg alle 50 g zachte boter in stukjes toe en kneed ongeveer 8–10 minuten met een deeghaak of 10–12 minuten met de hand. Het deeg hoort glad en elastisch te zijn, maar mag een beetje aan je handen plakken. Verzamel het met een deegschraper, zonder bloem toe te voegen of je handen in te vetten. Vorm in de kom een bal en dek af zodat het oppervlak niet uitdroogt.
Zet de afgedekte kom ongeveer 45–60 minuten op een warme, tochtvrije plek bij gewone keukentemperatuur. Het deeg moet duidelijk in volume toenemen, bijna verdubbelen en luchtig worden. In een koelere keuken kan dit langer duren; kijk naar de volumetoename, niet alleen naar de klok.
Leg al het deeg op een schoon werkblad of een mat en druk de lucht er voorzichtig uit. Verdeel in acht stukken van ongeveer 75 g. Bol elk stuk op door de randen naar onderen te vouwen en rol het daarna onder je hand tot een glad balletje. Leg op de klaargezette bakplaat in rijen van drie, drie en twee, met ruimte om te rijzen.
Dek de broodjes af met een lichte theedoek en laat ongeveer 35–50 minuten rijzen tot ze duidelijk groter en luchtig zijn. Een zachte vingerdruk tegen de zijkant hoort een deukje achter te laten dat langzaam terugveert. Verwarm tegen het einde van de rijs de oven voor op 200°C, boven- en onderwarmte. Druk de gerezen balletjes niet plat wanneer je de doek wegneemt.
Haal de bewaarde 10 g ei uit de koelkast en bestrijk alle acht broodjes voorzichtig; gebruik de hele hoeveelheid. Bak ongeveer 16–20 minuten op de middelste richel, tot ze gelijkmatig goudgeel zijn met een lichtbruine onderkant. Leg op een rooster; laat ze niet op de hete bakplaat afkoelen.
Laat de broodjes minstens 45 minuten afkoelen, tot ze ook vanbinnen volledig koud zijn. Snijd van elk een klein dekseltje van ongeveer 1 cm dik af en bewaar alle acht. Haal met een theelepel wat zacht kruim uit de broodjes voor een ondiepe holte, zonder door de bodem te steken. Verzamel al het uitgehaalde kruim in de kom voor de vulling.
Voeg bij al het verzamelde kruim 100 g fijngemalen amandelen, 65 g suiker en alle 60 g melk. Prak grondig met een vork of maal kort in een kleine hakmolen tot een dikke, zachte pasta. Laat enkele minuten staan terwijl je de room klaarmaakt. Voeg geen extra melk toe en houd geen deel van het kruim apart.
Giet alle 300 g goed gekoelde zoete room met 36% vet in een koele kom. Klop met een mixer op de middelste stand tot de room luchtig is en een duidelijke zachte piek aan de gardes houdt. Stop voordat de room korrelig wordt. Zoet de room niet; de vulling en poedersuiker zorgen voor de zoetheid.
Bestuif de dekseltjes licht met de klaargezette poedersuiker door een klein zeefje en werk boven papier. Een dun laagje is genoeg; restjes in het zeefje en op het papier worden niet geserveerd. Een gevulde semla weegt naar schatting ongeveer 135 g. Serveer kort na het samenstellen en bewaar tot die tijd in de koelkast. Gebruik afgedekte restjes binnen 24 uur.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties