
AI-gegenereerd
Ajdovi žganci — Sloveense boekweitstukjes met varkenskaantjes
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/hoofdgerechten/ajdovi-zganci-sloveense-boekweitstukjes-met-varkenskaantjes
Over dit recept
Ajdovi žganci zijn Sloveense stukjes van boekweitmeel, in onregelmatige brokjes verdeeld en geserveerd met varkenskaantjes. Het meel wordt eerst kort geroosterd en daarna in water gekookt als een compacte massa met een gat in het midden. Na het afgieten werk je het tot een dik mengsel dat je met een vork van een houten lepel schraapt. Gare žganci zijn vanbinnen zacht, vanbuiten licht ruw en hebben een duidelijke boekweitsmaak. In deze versie voegen we varkenskaantjes en een afgemeten hoeveelheid reuzel toe, verdeeld over het mengsel en de topping. De hoeveelheden geven vier porties; reken op ongeveer 55 minuten.
Ingrediënten
Boekweitstukjes
300 g fijngemalen boekweitmeel
1 l water om te koken; een deel blijft in het mengsel en de rest wordt afgegoten
6 g fijn zout
Kaantjes en reuzel
80 g kant-en-klare varkenskaantjes uit uitgesmolten rugspek, direct eetbaar, zonder zwoerd, gewogen na het uitlekken van vloeibaar vet
20 g pure uitgesmolten varkensreuzel, verdeeld in 10 g voor het mengsel en 10 g voor het verwarmen van de kaantjes
Bereiding
Zet een kookpan met deksel klaar van ongeveer 3 l en 18–20 cm doorsnede. Schenk alle 1 l water erin, voeg het zout toe en breng aan de kook. Doe intussen het meel in een droge koekenpan en rooster 2–3 minuten op matig vuur, terwijl je voortdurend roert, tot het licht nootachtig ruikt. Het meel moet licht van kleur blijven, zonder te verbranden.
Stort al het geroosterde meel in één beweging in het midden van het kokende water, zodat een bergje ontstaat. Laat het zonder roeren liggen. Wacht tot het water opnieuw zacht kookt en kook dan 2–3 minuten. Maak met de steel van een houten lepel een gat van ongeveer 2–3 cm breed midden in het bergje, helemaal tot de bodem van de pan, zodat kokend water naar binnen kan stromen.
Dek de pan af en kook 20–25 minuten op laag vuur; laat het water rondom het bergje en in het gat rustig borrelen. Het meel neemt geleidelijk water op en gaart ook door de stoom. Bereid intussen de kaantjes volgens de volgende stap.
Verhit in een kleine koekenpan de 10 g reuzel die voor de kaantjes is bestemd. Voeg alle kaantjes toe en verwarm 3–4 minuten op laag of matig laag vuur, al roerend, tot ze heet en licht krokant zijn. Dit zijn direct eetbare kaantjes uit uitgesmolten rugspek; ze hoeven alleen opgewarmd te worden. Bewaar de hele paninhoud, inclusief al het vet, om te serveren.
Haal de kookpan van het vuur. Houd de massa tegen met het deksel en schenk het water voorzichtig in een hittebestendige kan. Meet 200 ml af en bewaar dit; giet de rest weg. Voeg de resterende 10 g reuzel en 60 ml bewaard vocht aan de gare massa toe. Roer en druk 2–3 minuten krachtig met een stevige houten lepel, tot een dik, samenhangend en licht kleverig mengsel zonder droog meel ontstaat. Als het te droog is en uiteenvalt, voeg dan geleidelijk zoveel als nodig is van de resterende 140 ml toe; stop zodra het samenhangt. Blijven na het fijnmaken droge, melige plekken over, gebruik dan een klein beetje van het bewaarde water en verwarm het mengsel afgedekt nog 3–5 minuten op laag vuur; roer daarna opnieuw. Giet ongebruikt bewaard vocht weg.
Dek het gare mengsel af en laat 5 minuten van het vuur staan. Schep porties op een houten lepel en schraap met een vork onregelmatige stukjes van ongeveer 1–2 cm in een grote kom. Ze moeten zacht en licht ruw blijven.
Verdeel de hete boekweitstukjes in vier porties. Schep alle verwarmde kaantjes erop en schenk al het vet uit de pan erover. Serveer meteen zodat de topping aangenaam krokant blijft.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties