
AI-gegenereerd
Flammkuchen – dunne plaattaart met spek, ui en zure room
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/hoofdgerechten/flammkuchen-dunne-plaattaart-met-spek-ui-en-zure-room
Over dit recept
Flammkuchen heeft een dunne, krokante bodem en een dun laagje zure room met gerookt spek en ui. Het deeg zonder gist moet rusten, zodat je het tot aan de randen gelijkmatig kunt uitrollen. Beleg de bodem spaarzaam: dunne halve uienringen worden tijdens het korte bakken zacht en kleine reepjes spek krijgen de tijd om te kleuren. Bak de flammkuchen één voor één in een goed voorverwarmde oven, rechtstreeks op licht ingevette metalen bakplaten. De gebakken bodem moet ook onder de zure room droog en bruin zijn. Dit recept is voor 2 grote flammkuchen, goed voor 4 porties; serveer ze het liefst na elkaar, meteen na het bakken.
Ingrediënten
Deeg en bakplaten voorbereiden
320 g witte tarwebloem: 300 g voor het deeg en 20 g om te bestuiven tijdens het uitrollen
150 ml lauwwarm water
30 ml geraffineerde koolzaadolie: 20 ml voor het deeg en 5 ml voor elk van de 2 bakplaten
6 g fijn zout: 5 g voor het deeg en 1 g voor de zure room
Zure room, spek en ui
200 g dikke zure room met 18% vet
150 g rauw gerookt buikspek van het varken, niet voorgegaard, zonder zwoerd en bot
150 g gepelde ui
1 g gemalen zwarte peper
Bereiding
Doe 300 g bloem en 5 g zout in een kom en voeg 150 ml lauwwarm water en 20 ml olie toe. Meng met een lepel en kneed vervolgens ongeveer 5 minuten met de hand, tot het deeg stevig, glad en elastisch is en er geen droge bloem meer in zit. Vorm een bal; bewaar de resterende 20 g bloem voor het uitrollen in plaats van die nu aan het deeg toe te voegen.
Dek de kom goed af met vershoudfolie en laat het deeg ongeveer 30 minuten op kamertemperatuur rusten. Verwarm ondertussen de oven minstens 30 minuten voor op 250°C met boven- en onderwarmte, zonder hetelucht; plaats het rooster onder in de oven. Zet 2 metalen bakplaten zonder coating klaar, elk met een vlak oppervlak van minstens 30 × 40 cm, en bestrijk elke plaat met 5 ml olie. Laat de bakplaten buiten de oven staan; de flammkuchen worden rechtstreeks op het metaal gebakken, zonder bakpapier.
Halveer de ui terwijl het deeg rust en snijd hem in heel dunne halve ringen van ongeveer 1 mm dik. Haal de ringen vervolgens met je vingers los. Snijd het rauwe gerookte spek in dunne reepjes van ongeveer 3 mm dik en ongeveer 2 cm lang, zodat ze tegelijk met het deeg gaar worden. Meng de zure room met de resterende 1 g zout en alle peper. Verdeel de gekruide zure room, de ui en het spek in twee gelijke porties, één voor elke flammkuchen.
Verdeel het deeg na het rusten in 2 gelijke stukken en houd één stuk afgedekt. Gebruik 10 g van de achtergehouden bloem voor de eerste bodem: bestuif hiermee het werkblad en de deegroller en voeg de bloem tijdens het uitrollen geleidelijk toe. Rol het deeg uit tot een rechthoek met afgeronde hoeken van ongeveer 30 × 35 cm, overal ongeveer 2 mm dik en zonder dikke rand. Rol het losjes om de deegroller, leg het op de eerste ingevette bakplaat en trek het voorzichtig recht, zonder het dunne midden te scheuren.
Bestrijk de eerste bodem met de helft van de gekruide zure room en laat een rand van ongeveer 1 cm vrij. Verdeel de helft van de ui en het spek er gelijkmatig over, tot aan de randen van de roomlaag. Haal de spekreepjes en halve uienringen los in plaats van ze op hoopjes te leggen; door een dunne laag beleg kan de bodem goed gaar worden en de bovenkant gelijkmatig bruinen.
Zet de eerste bakplaat op het rooster onder in de voorverwarmde oven en bak de flammkuchen ongeveer 12–15 minuten op 250°C met boven- en onderwarmte, zonder hetelucht. De randen moeten goudbruin en krokant zijn, de ui zacht met gebruinde puntjes en de dunne spekreepjes gaar en plaatselijk bruin, met gedeeltelijk uitgesmolten vet. Til de rand op met een dunne spatel: ook de onderkant moet droog en bruin zijn, zonder zachte, vochtige plekken; is hij nog bleek, bak dan nog 2–3 minuten. Bereid tijdens het bakken de tweede flammkuchen volgens de volgende stap.
Rol het resterende deeg uit terwijl de eerste flammkuchen bakt en gebruik de resterende 10 g bloem om te bestuiven. Houd dezelfde afmetingen van ongeveer 30 × 35 cm en een dikte van ongeveer 2 mm aan en leg de bodem op de tweede ingevette bakplaat. Verdeel de rest van de zure room erover en laat opnieuw een rand van ongeveer 1 cm vrij. Verdeel vervolgens de resterende ui en het spek er gelijkmatig over. Zet de tweede bakplaat pas in de oven nadat je de eerste eruit hebt gehaald, zodat beide flammkuchen op dezelfde hoogte bakken.
Haal de eerste flammkuchen uit de oven en zet de tweede bakplaat meteen op dezelfde lage hoogte. Laat de oven op 250°C met boven- en onderwarmte, zonder hetelucht, staan. Bak de tweede flammkuchen ongeveer 12–15 minuten, tot hij dezelfde tekenen van gaarheid heeft: een bruine, droge bodem, krokante randen, zachte ui en bruin spek; voeg bij een bleke bodem 2–3 minuten toe. De totale baktijd voor beide bakrondes is ongeveer 25–30 minuten, exclusief eventueel kort nabakken. Snijd en serveer de eerste flammkuchen al terwijl de tweede bakt.
Schuif elke gebakken flammkuchen van de bakplaat op een snijplank en maak hem zo nodig los met een brede spatel. Snijd hem in 4 stukken en serveer meteen, als de bodem het krokantst is; stapel de hete flammkuchen niet op elkaar, want de stoom maakt het deeg zacht. Het hele recept is goed voor 8 stukken, oftewel 4 porties van 2 stukken, gelijk aan een halve grote flammkuchen.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties