
AI-gegenereerd
Lussekatter — Zweedse saffraanbroodjes met rozijnen
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/ontbijt/lussekatter-zweedse-saffraanbroodjes-met-rozijnen
Over dit recept
Lussekatter zijn Zweedse gistbroodjes met saffraan, gevormd tot een S en versierd met twee rozijnen. Ze hebben een zachte, veerkrachtige kruim en een dunne gouden korst. Saffraan die met suiker is fijngestampt geeft zijn aroma af aan warme melk; zachte boter die tijdens het kneden wordt toegevoegd verrijkt het deeg. Tarwebloem type 550 geeft zachte broodjes zonder overmatig bestuiven. Twee rijsbeurten maken de kruim luchtiger; krul de uiteinden van de rollen in tegengestelde richtingen en geef de spiralen wat ruimte. Bak zestien broodjes op twee bakplaten na elkaar en druk de geweekte rozijnen diep in het midden van de krullen, zodat ze op hun plaats blijven.
Ingrediënten
Deeg, rozijnen en eimengsel
510 g tarwebloem type 550, verdeeld: 500 g voor het deeg en 10 g om te bestuiven
260 ml melk met 3,2% vet, verdeeld: 250 ml voor het deeg en 10 ml om te bestrijken
75 g zachte ongezouten boter met 82% vet voor het deeg
80 g fijne witte suiker, verdeeld: 10 g om de saffraan fijn te stampen en 70 g voor het deeg
2 rauwe eieren maat M, ongeveer 100 g zonder schalen, verdeeld: 1 voor het deeg en 1 om te bestrijken
7 g instantgist
0,5 g saffraandraadjes
5 g zout voor het deeg
32 rozijnen, ongeveer 16 g voor het weken, 2 per broodje
100 ml water om de rozijnen te weken, afgegoten voordat je de broodjes vormt
Bereiding
Zet twee platte bakplaten met een bruikbaar oppervlak van ongeveer 30 × 40 cm, bakpapier, een grote kom, een kleine steelpan, een vijzel, een bakkwast en afkoelroosters klaar. Stamp de saffraan fijn met 10 g suiker. Verwarm 50 ml van de melk voor het deeg tot deze dampt, maar niet kookt; haal van het vuur, voeg de saffraan met de suiker toe en laat afgedekt 10 minuten trekken. Voeg de resterende 200 ml melk voor het deeg toe: het mengsel hoort slechts licht lauw te zijn, niet heet; wacht zo nodig tot het is afgekoeld.
Meng in de kom 500 g tarwebloem type 550, de instantgist, de resterende 70 g suiker en het zout. Voeg alle saffraanmelk met de draadjes en 1 ei toe en begin te kneden. Voeg na een paar minuten de zachte boter in kleine stukjes toe en kneed tot deze is opgenomen; kneed in totaal ongeveer 10–15 minuten, tot het deeg glad, veerkrachtig en zacht is en nog licht kleeft. Voeg geen extra bloem aan de kom toe, zodat het deeg niet stug wordt.
Dek de kom af en laat het deeg op een warme plek ongeveer 60–75 minuten rijzen, tot het volume ongeveer is verdubbeld; in een koelere keuken kan het langer duren. Giet tijdens het rijzen 100 ml water over de rozijnen en laat ze 30 minuten weken. Laat ze daarna goed uitlekken en zet klaar voor het vormen; voeg het water niet aan het deeg toe.
Bekleed de bakplaten met bakpapier en bestuif het werkblad licht met de afgemeten 10 g tarwebloem type 550. Druk de lucht voorzichtig uit het deeg en verdeel het in 16 gelijke stukken; houd de overige stukken afgedekt. Rol elk stuk tot een rol van ongeveer 30–35 cm lang en ongeveer 1,5 cm dik. Krul het ene uiteinde met de klok mee naar binnen en het andere in de tegengestelde richting, zodat twee spiralen aan weerszijden van het middendeel en een S-vorm ontstaan; geef de krullen wat ruimte. Leg acht broodjes op elke bakplaat, met ongeveer 3 cm ertussen, en druk een uitgelekte rozijn diep in het midden van elke spiraal, dus twee per broodje.
Dek de bakplaten af met keukendoeken en laat ongeveer 35–45 minuten rijzen, tot de broodjes duidelijk groter en luchtig zijn en een lichte vingerdruk langzaam terugveert. Verwarm tegen het einde van de rijstijd de oven voor op 200°C boven-/onderwarmte en bak de plaat op het middelste niveau. Klop het resterende ei los met 10 ml melk en bestrijk de broodjes vlak voor het bakken met een dun laagje, zonder ze met de kwast in te drukken. Houd de tweede bakplaat afgedekt op een koelere plek in de keuken en bestrijk de broodjes pas vlak voordat je ze in de oven zet; gooi het ongebruikte eimengsel weg.
Bak één plaat op het middelste niveau 12–15 minuten op 200°C boven-/onderwarmte. De broodjes horen gerezen en goudkleurig te zijn, met een droge, licht gebruinde onderkant; zijn ze nog bleek, bak dan 2–3 minuten langer. Bak daarna de tweede plaat op dezelfde manier; alle 16 broodjes bakken duurt ongeveer 25–30 minuten en eventueel langer doorbakken verlengt die tijd. Leg de eerste portie op een afkoelrooster terwijl de tweede in de oven staat.
Leg ook de tweede portie op een afkoelrooster en laat minstens 30 minuten afkoelen; zijn de broodjes nog heet, geef ze dan meer tijd. Serveer lauw of volledig afgekoeld. Deze hoeveelheid geeft 16 broodjes, één per portie.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties