Oostenrijkse heldere runderbouillon met twee leverknödels en wat fijngehakte verse peterselie

AI-gegenereerd

GemiddeldSoepenOostenrijkse keukenEiwitrijk

Leberknödelsuppe — bouillon met zachte leverknödels

Gemiddelde beoordeling
0.0
0 beoordelingen
Voorbereiding
30 min
Bereiding
55 min
Wachttijd
20 min
Totaal
1 u 45 min

Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.

Recipheon
Leberknödelsuppe — bouillon met zachte leverknödels

Auteur: Recipheon

Inhoud opgesteld met hulp van AI - Recept gecontroleerd door Recipheon

Porties
4
Voorbereiding
30 min
Bereiding
55 min
Wachttijd
20 min
Totaal
1 u 45 min

Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/soepen/leberknodelsuppe-bouillon-met-zachte-leverknodels

Over dit recept

Leberknödelsuppe is een Oostenrijkse soep met heldere runderbouillon en zachte knödels van lever en brood. Geweekt brood, in boter glazig gefruite ui en wat marjolein verzachten de uitgesproken smaak. Het mengsel rust eerst in de koelkast zodat het brood vocht kan opnemen; een kleine proefknödel laat zien of het samenhangt. De knödels garen in een aparte pan, zodat de bouillon voor het serveren helder blijft. Laag vuur is belangrijk: hard koken kan de zachte ballen beschadigen. Elke portie bevat twee grotere knödels, hete bouillon en wat gehakte peterselie. Het is een eenvoudige, geurige soep zonder de knödels zelf te bakken.

Ingrediënten

Porties
Oorspronkelijk: 4
Eieren, eidooiers en eiwitten blijven hele aantallen.

Leverknödels

  • 250 g rauwe runderlever, gewogen na het verwijderen van vliezen en grote bloedvaten

  • 100 g tarwebroodje van de vorige dag, gewogen voor het weken; oudbakken, maar niet hard gedroogd als beschuit

  • 100 ml melk met 3,2% vet als voorraad — 80 ml voor het brood en maximaal 20 ml om het mengsel aan te passen

  • 1 ei maat M, ongeveer 50 g zonder schaal

  • 80 g ui, gewogen na het pellen

  • 20 g boter met 82% vet

  • 50 g fijn droog paneermeel als voorraad — 30 g voor het mengsel en maximaal 20 g om het aan te passen

  • 1 g gedroogde marjolein

  • 0,5 g gemalen zwarte peper

  • 0,2 g gemalen nootmuskaat

  • 4 g fijn zout — 3 g voor het mengsel en maximaal 1 g na het proeven van de bouillon

Koken en serveren

  • 2 l water om de knödels apart te koken, niet om te serveren

  • 1,2 l reeds bereide heldere runderbouillon

  • 10 g verse peterselie — 6 g voor het mengsel en 4 g om te serveren

Bereiding

  1. Snijd het broodje in kleine blokjes, giet er 80 ml melk bij en laat ongeveer 10 minuten staan; prak daarna met een vork. Knijp het brood niet uit en gooi de melk niet weg. Snipper intussen de ui fijn en fruit hem in alle boter 6–8 minuten op middellaag vuur glazig, zonder hem sterk te laten bruinen. Haal van het vuur en laat iets afkoelen. Hak de peterselie fijn.

  2. Snijd de schoongemaakte rauwe lever in stukken en maal fijn in een vleesmolen of kort in een keukenmachine. Meng met het geweekte brood en alle melk, de afgekoelde ui met alle boter, het ei, 30 g paneermeel, marjolein, peper, nootmuskaat, 3 g zout en 6 g peterselie. Het mengsel moet gelijkmatig, zacht en licht kleverig zijn. Proef het niet rauw.

  3. Dek de kom af en zet de kom 20 minuten in de koelkast. In die tijd nemen het brood en paneermeel vocht op. Zet een brede pan met 2 l water klaar, breng aan de kook en zet het vuur lager tot het oppervlak maar net trilt. Zout het water niet; de bouillon voor het serveren wordt apart verwarmd.

  4. Maak je handen nat en vorm van een theelepel mengsel een kleine knödel van ongeveer 2 cm doorsnede. Laat 8 minuten zachtjes garen, haal hem er met een schuimspaan uit en kijk of hij zijn vorm heeft behouden. Valt hij uit elkaar, voeg dan 10 g paneermeel aan de rest van het mengsel toe en zo nodig nog 10 g. Is het mengsel duidelijk stevig en barst het bij het vormen, voeg dan 10 ml melk toe en eventueel de resterende 10 ml. Zet het mengsel na de aanpassing 5 minuten in de koelkast. Bewaar de gare proefknödel om te serveren; dit controleert de structuur en is geen reden om de grote knödels later korter te koken.

  5. Vorm met natte handen van het resterende mengsel acht vergelijkbare ballen van ongeveer 5 cm doorsnede, zonder ze hard samen te drukken. Leg ze met ruimte ertussen in het zachtjes kokende water van de proef. Kook op laag vuur met het deksel op een kier 20–25 minuten, gerekend vanaf het moment dat het water weer licht trilt. Laat het water niet hard koken en stop niet met koken alleen omdat ze boven komen drijven. De knödels moeten ook vanbinnen garen; maak je ze groter dan aangegeven, verleng de kooktijd dan enkele minuten. Verwarm de bereide bouillon in een aparte pan.

    AI-gegenereerd
  6. Schep de gare knödels met een schuimspaan uit het water en laat kort uitlekken. Gooi het kookwater weg. Doe de knödels en de kleine proefknödel in de hete bouillon en verwarm nog ongeveer 2 minuten op laag vuur. Proef de bouillon en voeg alleen het benodigde deel van de resterende 1 g zout toe. Verdeel twee grote knödels per portie en alle bouillon over vier porties; doe de kleine proefknödel bij een daarvan. Bestrooi met de resterende 4 g peterselie en serveer meteen.

Geschatte voedingswaarden

Per portie
Calorieën301 kcal
Eiwitten24,5 g
Koolhydraten28,3 g
Vetten9,7 g
Vezels1,7 g
Suikers4,2 g
Per 100 g
Calorieën66 kcal
Eiwitten5,4 g
Koolhydraten6,2 g
Vetten2,1 g
Vezels0,4 g
Suikers0,9 g

Gemaakt door

Recipheon

Recipheon

Categorie: Soepen

Inhoud opgesteld met hulp van AI - Recept gecontroleerd door Recipheon

Beoordeel dit recept

0.0

0 beoordelingen

Reacties