
AI-gegenereerd
Vol-au-vent — bladerdeegbakjes met kip en champignons
Log in of maak een gratis account aan om recepten op te slaan.
Bron: https://recipheon.com/nl/recepten/tussendoortjes/vol-au-vent-bladerdeegbakjes-met-kip-en-champignons
Over dit recept
Vol-au-vents zijn knapperige bladerdeegbakjes, gevuld met kip en champignons in een fluweelzachte roomsaus. Voor deze thuisversie vorm je zes bakjes van kant-en-klaar rauw roomboterbladerdeeg en maak je de vulling terwijl ze bakken. Zachtjes gegaarde stukjes kipfilet, bruingebakken champignons en sjalot komen samen in een saus op basis van bouillon, verrijkt met room, citroen en peterselie. Het deeg moet ook aan de onderkant goed gaar zijn en de saus dik genoeg om de ingrediënten te omhullen. Door de bakjes pas vlak voor het serveren te vullen, blijven de laagjes duidelijk zichtbaar en knapperig.
Ingrediënten
Bakjes en dekseltjes
500 g kant-en-klaar rauw roomboterbladerdeeg in een gekoeld blok; de na het uitsteken overgebleven deegrestjes horen niet bij de geserveerde porties
10 g droge witte tarwebloem om bij het uitrollen te bestuiven; het overschot op het werkblad wordt niet geserveerd
20 g losgeklopt rauw kippenei om het deeg vast te plakken en te bestrijken
Kip, champignons en saus
180 g rauwe gekoelde kipfilet zonder vel en botten
120 g rauwe witte champignons, gewogen na het schoonmaken en bijsnijden van de steeluiteinden
30 g rauwe sjalot, gewogen na het pellen
25 g ongezouten roomboter met 82% vet
10 g droge witte tarwebloem type 450 of 500 voor de saus
150 ml kant-en-klare ongezouten gevogeltebouillon, vloeibaar en klaar voor gebruik
50 ml vloeibare zoete room met 30% vet
5 ml versgeperst citroensap
4 g verse peterselieblaadjes zonder dikke stelen
2 g fijn zout
0,5 g gemalen witte peper
Bereiding
Leg ronde uitsteekvormen van ongeveer 10 en 6 cm doorsnee klaar, samen met een grote bakplaat met bakpapier. Snijd de kip in blokjes van ongeveer 1 cm en zet ze tot het koken in de koelkast. Snijd de champignons in dunne plakjes en hak de sjalot en peterselie fijn.
Bestuif het werkblad licht met de afgewogen bloem en rol het koude deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 30 × 40 cm en ongeveer 4 mm dik. Steek twaalf cirkels van 10 cm doorsnee uit. Druk de vorm recht naar beneden zonder te draaien, zodat de deeglaagjes niet dichtgedrukt worden. Steek met de vorm van 6 cm het midden uit zes cirkels: je krijgt zes ringen en zes kleine dekseltjes. Bewaar de deegrestjes afgedekt in de koelkast voor een ander baksel.
Leg de dichte cirkels met ongeveer 3 cm tussenruimte op de bakplaat en prik alleen het midden licht in met een vork. Bestrijk de randen dun met losgeklopt ei en leg op elke bodem één ring. Bestrijk ook de bovenkanten van de ringen en de kleine dekseltjes ernaast, maar blijf weg van de gesneden zijkanten: daar zou ei langs kunnen lopen en de laagjes aan elkaar plakken. Zet de plaat ongeveer 20 minuten in de koelkast en verwarm ondertussen de oven voor op 200°C met boven- en onderwarmte.
Schuif de plaat midden in de oven en bak de bakjes ongeveer 25–30 minuten, tot ze flink gerezen, goudbruin en ook onderaan droog en gaar zijn. De kleinere dekseltjes zijn meestal eerder klaar: haal na ongeveer 20 minuten de goudbruine exemplaren uit de oven en laat de bakjes verder bakken. Leg het gebakken deeg op een rooster en laat ongeveer 10 minuten afkoelen. Maak tijdens het bakken de vulling uit de volgende stappen.
Breng de bouillon in een kleine pan zachtjes aan de kook, voeg de kip toe en breng weer zachtjes aan de kook. Gaar afgedekt op laag vuur ongeveer 8–10 minuten, tot de kleine stukjes vlees gaar en mals zijn; vermijd heftig borrelen, waardoor kipfilet uitdroogt. Schep het vlees met een schuimspaan in een kom en schenk alle bouillon in een kan; bewaar die voor de saus.
Verhit tegelijkertijd 10 g boter in een brede koekenpan en voeg de champignons toe. Bak ongeveer 8–10 minuten op middelhoog tot hoog vuur en roer af en toe, tot het vrijgekomen vocht verdampt en de champignons beginnen te kleuren. Voeg de sjalot toe, zet het vuur middelhoog en bak nog ongeveer 3 minuten tot de sjalot zacht is.
Smelt de resterende 15 g boter in de pan van de kip, voeg de 10 g bloem voor de saus toe en roer 1–2 minuten op laag vuur zonder de bloem te laten kleuren. Haal de pan even van het vuur en schenk de bewaarde warme bouillon er geleidelijk bij, terwijl je krachtig klopt met een garde zodat er geen klontjes ontstaan. Voeg de room toe, zet terug op laag vuur en laat ongeveer 5–7 minuten zachtjes koken, tot de saus dikker wordt en een lepel bedekt.
Voeg de kip met de sappen uit de kom en de champignons en sjalot met de volledige inhoud van de koekenpan toe aan de saus. Breng op smaak met zout en witte peper en verwarm ongeveer 2–3 minuten op laag vuur terwijl je voorzichtig roert. Haal van het vuur en voeg het citroensap en de helft van de gehakte peterselie toe. De vulling moet heet en romig zijn, met saus die aan de stukjes vlees en champignons blijft hangen.
Druk het opgezwollen midden van de afgekoelde bakjes voorzichtig omlaag met de bolle kant van een klein theelepeltje. Maak zo een holte van ongeveer 3 cm diep en zorg dat je de bodem niet doorprikt. Zet op elk van zes borden één bakje en verdeel de hete vulling er gelijkmatig over. Schep die losjes naar binnen en laat de deegrand zichtbaar.
Bestrooi de vulling met de resterende peterselie en laat tegen elk bakje één klein dekseltje leunen. Serveer meteen, terwijl het deeg nog knapperig en de binnenkant heet is.
Geschatte voedingswaarden
Beoordeel dit recept
0 beoordelingen
Reacties